Nieuws
Meerjarenafspraak Energie-efficiency

Meerjarenafspraak Energie-efficiency

Sinds 1995 is de asfaltindustrie deelnemer aan de Meerjarenafspraak Energie-efficiency, kortweg de MJA3. Door deelname aan het convenant verplichten bedrijven zich om inspanningen te plegen in hun bedrijfsvoering met als doelstelling energie effectiever en efficiënter in te zetten. Wat betreft de asfaltbranche gaat het meer specifiek om de hoeveelheid energie die nodig is voor het produceren van asfalt te reduceren.

Het convenant is afgesloten tussen overheden en bedrijven. Inmiddels nemen ruim 1000 bedrijven uit 40 sectoren deel aan de afspraak. Vanaf de start van het convenant hebben vrijwel alle asfaltproducenten zich aangesloten. De MJA3 loopt tot en met 2020.

Vanuit de MJA3 is er voor ieder deelnemend bedrijf een inspanningsverplichting om jaarlijks 2% efficiencyverbetering te realiseren. Concreet komt dit neer op de volgende verplichtingen voor de MJA3-deelnemers:

  • Het invoeren van energiemanagement of energiezorg; dit zorgt ervoor dat structurele en economische maatregelen worden genomen om het verbruik van energie te minimaliseren.

  • In een vierjarig energie-efficiëntieplan (EEP) laat het bedrijf zien welke rendabele efficiëntiemaatregelen het de komende periode gaat uitvoeren.

  • Deelnemers leveren jaarlijks hun monitoringsgegevens aan bij RVO.nl, die over de voortgang van de MJA3 rapporteert.

Van de kant van de overheid worden deelnemende bedrijven (financieel) ondersteund bij het uitwerken van projecten en bij het onderzoeken van potentiële besparingsmaatregelen.

Daarnaast speelt de deelname aan de MJA3 een rol bij de vergunningverlening voor inrichtingen. Met het opstellen van het energie-efficiëntieplan (EEP) kan het bedrijf aan het bevoegd gezag aantonen dat het invulling geeft aan de energievoorschriften die verbonden zijn aan de vergunningen in het kader van de Wet Milieubeheer.

Monitoring 2014
Inmiddels zijn de monitoring resultaten over het jaar 2014 bekend. Daaruit is de volgende samenvatting te maken.

In totaal hebben de MJA3-deelnemers in de asfaltindustrie (37 installaties) in 2014 samen 2.615 TJ (tera Joule) energie verbruikt. Dat is ongeveer evenveel als 32.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens per jaar.

Voor de periode 2013–2016 had de branche plannen gemaakt om maatregelen te nemen met een effect op de efficiency van in totaal 271 TJ. Tot en met 2014 was daarvan bijna de helft (121 TJ) gerealiseerd. Daarmee is aangetoond dat de branche goed op weg is met de invulling van de voorgenomen plannen.

Sinds het begin van de MJA is het gemiddeld specifiek energieverbruik voor de totale asfaltbranche gedaald van ruim 340 MJ per ton geproduceerd asfalt naar 318 MJ per ton. Een verbetering van 7 %. Daarbij moet worden aangetekend dat het energieverbruik per ton asfalt sterk afhankelijk is van de bezettingsgraad van de asfaltmenginstallatie. Weinig productie betekent vaak veel starts en stops en daardoor een hoger specifiek energieverbruik (SEV).

De figuur laat nog eens duidelijk het verband zien tussen productie, energieverbruik en specifiek energieverbruik in de afgelopen 10 jaar. Positief is het feit dat in 2014 ondanks een productieverlaging van 9,5%, toch de SEV-waarde van 2013 gehandhaafd kon worden.

Meerjarenafspraak energie-efficiency.png

De maatregelen die bedrijven hebben genomen zijn te onderscheiden in:

  • het optimaliseren van de bedrijfsvoering in samenhang met de logistiek en planning;

  • het vervangen van procesapparatuur zoals asfaltsilo’s en droogtrommels en opslag van grondstoffen;

  • maatregelen in de keten. 

Bij de laatste categorie is vooral van belang het gebruik van asfaltgranulaat bij de productie van asfalt. Door het recyclen van asfalt wordt in de keten aanzienlijk bespaard op het verbruik van energie nodig voor het winnen en transporteren van nieuwe grondstoffen.

Nieuwe plannen
De huidige planperiode loopt tot en met 2016. Voor de volgende periode 2017-2020 zijn MJA3-deelnemers verplicht hun nieuwe Energie-efficiencyplannen (EEP’s) op te stellen met daarin rendabele maatregelen die gemiddeld een besparing van 2% per jaar opleveren. Deze plannen moeten in oktober 2016 gereed zijn. Voor de komende jaren wordt verwacht dat de daling in de asfaltproductie zich nog enigszins doorzet tot een stabilisatie optreedt. In deze situatie richten de energiebesparende initiatieven zich op het opvoeren van het recyclen van asfalt. Niet alleen uit het oogpunt van besparing op grondstoffen maar ook vanuit kostenreductie wordt nog steeds gestreefd naar een zo hoog mogelijk percentage asfaltrecycling. In 2014 bestond 37% van de grondstoffen voor de asfaltproductie uit gerecycled asfaltgranulaat.

Daarnaast is de verwachting dat acties zullen worden genomen gericht op het optimaliseren van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld door een betere afstemming tussen asfaltproductie en verwerking.

De toepassing van lage temperatuur asfalt wint langzaamaan terrein. Opdrachtgevers gaan, mede door het Programma Duurzaam GWW, deze energiebesparende asfaltvariant steeds meer waarderen. De verwachting is dat het aantal productielocaties dat voor deze techniek is toegerust verder zal toenemen.

De Vakgroep Bitumineuze Werken ontwikkelt voor haar leden een software tool die het mogelijk maakt om op basis van de procesbeschrijving binnen het bedrijf en van de specifieke bedrijfsomstandigheden een goede inschatting te maken van het rendement van investeringen in energiebesparende maatregelen. Dit instrument zal de bedrijven helpen om op een goed onderbouwde manier de plannen voor de laatste MJA3-periode te maken en daarmee te voldoen aan de verplichtingen van de MJA3.

Up